ECONOMIE UITGELEGD

CIRCULAIRE ECONOMIE: ONEINDIG HERGEBRUIK

Tekst André de Vos Illustratie Marijn van der Waa

De Nederlandse regering wil in 2050 een volledig circulaire economie. Honderd procent circulariteit bestaat niet, maar het kan wel heel veel beter dan nu.

Circulaire economie, wat is dat?

Een circulaire economie draait om optimaal gebruik van grondstoffen. Minder grondstoffen inzetten, producten langer gebruiken door hergebruik en reparatie, afval recyclen en eindige grondstoffen (zoals olie) vervangen door hernieuwbare grondstoffen. Dat is nodig om vervuiling en CO2-uitstoot tegen te gaan en te voorkomen dat we de planeet helemaal uitputten. Het gebruik van grondstoffen is de afgelopen vijftig jaar verdrievoudigd. Een gemiddelde wereldburger verbruikt 11.800 kilo per jaar. Zonder maatregelen is dat over veertig jaar twee keer zoveel.

In het circulaire ideaal zijn grondstoffen en (energie)bronnen oneindig bruikbaar, zodat we de productie of dienst kunnen blijven volhouden. Maar 100 procent circulariteit bestaat niet. Er gaat altijd wel iets verloren.

Hoe circulair zijn we nu in Nederland?

Dat valt tegen. Nederland verbruikt veel grondstoffen vergeleken met andere Europese landen en we produceren veel afval (600 kilo per inwoner). We zijn goed in recycling, maar dat is vooral ‘laagwaardige recycling’. Oude kleren worden poetslappen, plastic flessen worden bermpaaltjes. Niet heel circulair. Want dan zou je van een oude spijkerbroek een nieuwe maken en van PET-flessen nieuwe PET-flessen.

De circulaire sector vormt rond de 4 procent van de Nederlandse economie. Het gaat om ruim 300.000 banen. Die zitten vooral bij ‘traditionele’ recyclingbedrijven en bedrijven die de levensduur van producten verlengen: milieustraten, kringloopwinkels, garages en reparateurs.

De circulaire economie heeft juist behoefte aan bedrijven die alternatieven bedenken voor grondstoffen die niet of slecht te hergebruiken zijn, of voor producten die we misschien niet nodig hebben. Want het perfecte circulaire product is het product dat nooit wordt gemaakt.

Maar dat is slecht voor de economie…

Dat is ook precies het dilemma van de circulaire economie. Wat wil je bereiken en hoe meet je het effect? Papieren verpakking is beter dan plastic verpakking, maar helemaal geen verpakking is nog beter. Maar géén verpakking heeft geen economische waarde en dus zie je die circulariteit niet terug in de cijfers. Om het nog ingewikkelder te maken: verpakking kan een product, zoals komkommers, juist circulairder maken doordat ze beter beschermd en langer houdbaar zijn en minder afval opleveren.

Een ander probleem van de circulaire economie is dat veel circulaire activiteiten niet goed in geld zijn uit te drukken. Zoals dingen ruilen of weggeven, voedselbanken (voorkomen verspilling) of de auto lenen van de buren.

Soms is meer circulariteit niet eens wenselijk. De landbouw van een paar honderd jaar geleden was behoorlijk circulair. Een stukje land en een paar dieren, geen machines, geen chemicaliën. Maar als we daarnaartoe teruggaan, produceren we waarschijnlijk te weinig om de wereldbevolking te voeden.

Maar het kan allemaal wel veel beter, circulairder dan nu. En dat moet snel. In 2030 wil Nederland al voor de helft circulair zijn, zelfs al weten we niet precies hoe je dat doet.

Deel deze pagina