CAO UITGEVERIJBEDRIJF

Het gaat weer goed in de sector

'MAAK EEN EINDE AAN HET VERLIES VAN KOOPKRACHT'

Tekst Jan Bos Beeld Pexels

'ZE DOEN NET ALSOF HET BEROERD GAAT IN DE SECTOR, WIJ WETEN WEL BETER'

Jaar in, jaar uit gaat de koopkracht van de werknemers bij de uitgeverijen er op achteruit. Hoog tijd voor een inhaalslag, vindt de FNV. Het ijzer is heet, want het gaat de sector voor de wind, nu zal het gesmeed moeten worden. De onderhandelaars weten wat hen te doen staat.

Op 31 december loopt de cao voor het Uitgeverijbedrijf ten einde. De onderhandelingen over de nieuwe cao zijn al volop gaande, maar na vier overlegrondes gaapt er nog steeds een enorme kloof tussen de looneis van de bonden en het aanbod van de werkgevers. Bij de leden staat een behoorlijke loonsverhoging torenhoog op het wensenlijstje. Dat is wellicht bij andere cao-onderhandelingen niet anders, maar als er één sector recht van spreken heeft is het wel het Uitgeverijbedrijf. ‘Afgezet tegen de inflatie en de gemiddelde loonstijging in Nederland, hebben de werknemers bij de uitgeverijen de afgelopen elf jaar een achterstand opgelopen van maar liefst 10 procent’, zet bestuurder Hans Robijn uiteen. ‘Aan dat verlies van koopkracht moet een keer een einde komen, daarom vragen we voor de komende twee jaar een loonsverhoging van 5 procent per jaar. Dat is inclusief de prijscompensatie die nu zo’n 2 procent bedraagt en stijgende is.’

Om te garanderen dat de koopkracht voor eens en altijd minimaal gelijk blijft, zet de bond alles op alles om in ieder geval de Automatische Prijscompensatie (APC) in de cao te verankeren. Daarmee wordt gegarandeerd dat de lonen elk jaar op 1 januari stijgen met de hoogte van de inflatie. ‘De werkgevers willen daar niet aan, dat is onbespreekbaar zeiden ze meteen', zegt Robijn verbolgen. 'Ze doen net alsof het heel beroerd gaat in de sector, maar wij weten wel beter. Er zijn kleine uitgeverijen die het moeilijk hebben, maar bij de grote jongens kan het niet op. We vragen echt niet te veel en als een bedrijf het toch niet trekt zijn we bereid daar aparte afspraken mee te maken. Wat ik niet begrijp is dat de werkgevers zeggen dat de uitgeverijen bestaan bij de gratie van de werknemers, maar behoud van koopkracht wordt ze nog niet eens gegund.’

HET DIGITALE TIJDPERK

Tijdens de onderhandelingen wordt Robijn geflankeerd door twee kaderleden die precies weten wat zich binnen de uitgeverijen afspeelt. Koos Sentel, projectmanager bij Noordhoff Uitgevers, vervult die rol nu voor de vierde keer en de inbreng van de werkgevers doet hem regelmatig de wenkbrauwen fronsen. ‘Grote uitgevers, zoals Noordhoff, draaien als nooit tevoren’, bevestigt hij het florissante beeld van de sector. ‘Ik werk al twintig jaar bij Noordhoff en mijn besteedbaar inkomen wordt alleen maar lager, waarom gunnen ze ons niet op z’n minst de prijscompensatie? Ik begrijp dat niet.’ Minstens zo onbegrijpelijk vindt hij dat de werkgevers niet willen inzien dat ze zo hun aantrekkingskracht op de arbeidsmarkt verliezen. ‘Uitgeverijen willen hun personeelsbestand verjongen, want ze moeten mee in de transitie naar het digitale tijdperk. Dat lukt echt niet wanneer je voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten. Dan verlies je de aansluiting.’

KOUDWATERVREES

In de gesprekken over de nieuwe cao is de loonsverhoging het dominante thema. Maar de FNV veronachtzaamt de andere wensen van de leden niet. Naast de loonsverhoging bestaat de top 3 van het wensenlijstje uit een goede thuiswerkregeling en het leggen van een basis voor een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) binnen de wettelijke mogelijkheden. ‘Door corona is duidelijk geworden dat het thuiswerken niet goed is geregeld’, licht Robijn toe. ‘Dat willen we veranderen, thuiswerken zou een recht moeten zijn, daarbinnen kunnen dan specifieke afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld in relatie tot de reistijd.’ Voor Sentel is het thuiswerken allang ‘het nieuwe normaal’ en dat bevalt hem uitstekend, een wanklank van zijn werkgever heeft hij bovendien nog nooit gehoord. Aan de onderhandelingstafel stuit hij echter op koudwatervrees. ‘Dat is mij wel tegengevallen’, verzucht hij. ‘Ze moeten toch zien dat het prima werkt, kennelijk bestaat er veel wantrouwen tegen de eigen medewerkers.’

ACTIEBEREIDHEID

Met de aanstaande overstap van de drukkers van de grote krantenuitgevers van de cao Grafimedia naar de cao Uitgeverijbedrijf, is de RVU nadrukkelijker in beeld gekomen. ‘Werknemers die overkomen behouden natuurlijk de mogelijkheid om van de RVU gebruik te maken’, belooft Robijn. ‘Verder zie ik het als een breekijzer om een vergelijkbare regeling in onze sector breder uit te rollen, daar komen we wel uit.’

De onderhandelaars schatten in dat er voor het verstrijken van de huidige cao op 31 december een nieuwe cao ligt. Of die de vurig gewenste stevige loonparagraaf met automatische prijscompensatie bevat is na afloop van de vierde onderhandelingsronde nog ongewis. Wat de onzekerheid daarover nog vergroot is het feit dat de sector niet bekend staat om zijn bereidheid om voor de alleszins redelijke eisen in actie te komen. ‘Werknemers bij de uitgeverijen hebben het relatief goed, die zijn jammer genoeg moeilijk in beweging te krijgen’, verklaart Sentel. ‘Maar dat is kortzichtig gedacht. Als je je sterk maakt voor goede arbeidsvoorwaarden komt dat de hele sector ten goede. Dan komt er makkelijker nieuw bloed bij en kunnen we de branche beter voorbereiden op de toekomst, dat is in het belang van ons allemaal.’ Bestuurder Robijn, die zelf een stevig robbertje bepaald niet uit de weg gaat, heeft zich inmiddels met de geringe actiebereidheid verzoend. ‘De betrokkenheid bij ons werk is nu eenmaal gering, ik heb al van alles geprobeerd maar dat is moeilijk te veranderen. Toch ben ik optimistisch en denk ik dat we nog dit jaar een resultaat aan de leden kunnen voorleggen.’

Klik hier voor het volledige pakket aan cao-voorstellen. Het verloop van de onderhandelingen is hier te volgen.

'WERKNEMERS ZIJN JAMMER GENOEG MOEILIJK IN BEWEGING TE KRIJGEN'

Deel deze pagina