INTERVIEW

Directeur Sandra den Hamer van Filmmuseum Eye over de coronacrisis

'HET WAS ALSOF DE ZIEL UIT EYE WAS GEZOGEN'

Tekst Melle Bos Beeld Liesbeth Dinnissen

'OP EEN GEGEVEN MOMENT WAS IEDEREEN ER ECHT HELEMAAL KLAAR MEE'

Sandra den Hamer is sinds 2007 directeur van filmmuseum Eye. Daarvoor werkte ze meer dan twintig jaar bij het International Film Festival Rotterdam, waar ze uiteindelijk ook als directeur aan het roer stond. De doorgewinterde Den Hamer kent het klappen van de zweep binnen de wereld van de cinema als geen ander. Maar op de coronacrisis was ook zij niet voorbereid.

Op 15 maart 2020 sloten de bioscopen en culturele instellingen hun deuren voor het eerst als gevolg van de coronacrisis. Dit duurde tot 1 juni, maar op 4 november was het opnieuw raak. Toen bleven de bioscopen en filmtheaters twee weken dicht. Om op 15 december weer te sluiten voor de langste lockdown in de coronacrisis, tot 5 juni. En dat terwijl de decembermaand bij uitstek de populairste bioscoopmaand is.

MUSEUM EN BIOSCOOP

'Absoluut een dieptepunt in mijn carrière’, steekt Den Hamer meteen van wal. Ze hoeft er geen seconde over te twijfelen. Toen Den Hamer veertien jaar geleden begon als directeur van het filmmuseum stond het nog midden in het Amsterdamse Vondelpark. 'Twee zaaltjes met elk zo’n tachtig stoelen’, herinnert ze zich. Inmiddels is het museum gevestigd in een van de indrukwekkendste gebouwen van de hoofdstad. In stadsdeel Noord, pal aan het IJ met uitzicht over het water en op het centraal station. In de periode voor de pandemie trok Eye zo’n 750 duizend bezoekers per jaar. Behalve een filmmuseum is Eye ook een bioscoop met vier zalen, 24 voorstellingen per dag en een café/restaurant met riant uitzicht over het IJ. Vanwege corona kwam dit allemaal piepend tot stilstand. Wat overbleef waren drie van de zwaarst getroffen sectoren onder één dak.

Het aantal bezoekers van bioscopen en filmtheaters daalde in 2020 met 55 procent, de omzet zelfs met nog iets meer. Het museumbezoek nam gemiddeld met maar liefst 65 procent af. Faillissementen zijn niet uitgesloten en het duurt waarschijnlijk vijf jaar om de schade te herstellen. Dat blijkt uit jaarcijfers van koepelorganisaties Film Distributeurs Nederland, de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters en de Museumvereniging.

ALLE HENS AAN DEK

'Wij zijn in deze sector sterk gericht op de wisselwerking met het publiek, en opeens krijg je helemaal niks meer terug. Een publiek dat je vrolijk, verwonderd of geëmotioneerd de zaal uit ziet komen, dat is voor mij heel erg belangrijk. Maar als dat wegvalt ben je opeens directeur van een leeg museum’, vertelt Den Hamer. De pandemie maakte van de directeur op slag een crisismanager. ‘In het begin regeerde de angst voor corona, maar daarna ben je vooral ontzettend aan het gissen. Wat betekent dit voor het personeel? Hoe gaan we dit communiceren met het publiek?’, blikt Den Hamer terug. Steun of enig perspectief vanuit de regering lieten op zich wachten.

Ondanks de uitgestorven zalen was het achter de schermen gelijk alle hens aan dek. De sluiting bracht ook nieuwe energie met zich mee. Een leeg pand biedt de kans om dingen aan te pakken die al veel eerder aangepakt hadden moeten worden. 'Wij hebben zeker niet stilgezeten, we hebben vanaf het eerste moment met veel enthousiasme onze schouders eronder gezet. Klussen, opruimen en nieuwe ideeën bedenken’, aldus de directeur. ‘Maar zolang de zalen leeg bleven was dat erg onbevredigend.’

Tekst wordt vervolgd onder de foto

'DANKZIJ DE STEUN HEBBEN WIJ NIEMAND HOEVEN TE ONTSLAAN'
'ALLES GING WEER OPEN, BEHALVE DE CULTUURSECTOR'

CREATIVITEIT VEREIST

In het bestrijden van de crisis was de wispelturigheid van het coronabeleid een blok aan het been van Eye en van de volledige culturele sector. ‘Dan mochten we weer een beetje open, daarna moesten we weer dicht. Toen weer twee weken open en dan opeens weer helemaal dicht’, klaagt Den Hamer. ‘Vooral die laatste dichte periode, van december tot juni was vreselijk lang.’

De crisis vereiste creativiteit van de directeur en haar team. ‘In de eerste lockdown zagen we het vooral als een kans om te experimenteren met nieuwe projecten. Zo maakten we verschillende programma’s voor kijkers thuis, we lanceerden de Eye film player, onze eigen online streamingdienst en we organiseerden zelfs een livestream met een DJ die hier in zaal 1 stond te draaien onder begeleiding van beelden uit onze collectie’, vertelt Den Hamer enthousiast. Maar de lading nieuwe energie die de eerste lockdown met zich meebracht was na de derde keer sluiten wel een beetje opgedroogd. ‘Dan liep ik hier nog weleens in mijn eentje rond en dan leek het echt alsof de ziel uit Eye was gezogen.’

STEUN VAN MINISTERIE

‘Die lamlendigheid sloeg af en toe ook om in boosheid’, geeft Den Hamer toe. ‘Alles ging op een gegeven moment weer open, behalve wij, behalve de cultuursector.’ Terwijl de grote warenhuizen zich weer vulden met koopgraag publiek bleef Eye dicht. ‘Ondanks dat alles hier eigenlijk sinds de eerste lockdown heel veilig en met protocollen was geregeld. Veiliger dan wat ik zag bij de supermarkten.’

Niet alleen voor de directeur, maar ook voor het personeel was het moeilijk om de moed erin te houden. ‘En probeer dan maar eens via Zoom goed contact te maken met het team, om ze een hart onder de riem te steken’, verzucht de directeur. ‘We hebben natuurlijk ook wel leuke dingen gedaan, van een online borrel tot een filmquiz. Maar op een gegeven moment was iedereen er wel echt helemaal klaar mee. Soms zag ik medewerkers echt zichtbaar uitgeput wegtrekken achter een scherm aan hun eigen keukentafel. Dat is wel echt moeilijk geweest.’

NOBEL BELEID

Bij Eye werken in totaal zo’n driehonderd betrokken medewerkers die vallen onder de Museum-cao. Daarnaast werkt Eye op regelmatige basis samen met een groep zzp’ers, zoals bijvoorbeeld museum- en filmdocenten. ‘Daar wilden wij zeker niet meteen de stekker uit trekken, dus hebben wij besloten om ook deze groep zelfstandigen het gemiddelde van wat zij normaal bij ons verdienen door te betalen’, vertelt Den Hamer. Een nobel beleid. ‘Maar ja, dat houdt op een gegeven moment ook op als er helemaal niks meer binnenkomt.’ Uiteindelijk heeft Eye de zzp’ers twee maanden doorbetaald.

KWETSBARE SECTOR

De crisis zorgt voor een leegloop binnen de culturele sector. De reserves raken op en veel instellingen ontkomen er niet aan om afscheid te nemen van een deel van het personeel. ‘In het begin kwamen we er als sector echt bekaaid van af, alles kwam veel te laat op gang. Toen eindelijk het eerste pakket aan generieke steunmaatregelen kwam, waren we al een paar maanden in de crisis onderweg’, legt Den Hamer uit. ‘En de sector was al zo kwetsbaar.’

Uiteindelijk kwam er toch steun vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. ‘En het is dankzij die steun dat wij uiteindelijk niemand hebben hoeven te ontslaan. Maar dat verschilt natuurlijk enorm binnen de sector. Wij zijn een landelijke instelling waardoor wij uit meerdere financiële bronnen kunnen putten, zoals de Erfgoedwet en de Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur. Grote instellingen, zoals de onze, zijn goed geholpen tijdens de coronacrisis, al moesten ook wij flink interen op de eigen reserves’, licht Den Hamer toe. ‘Maar er zijn natuurlijk ook ontzettend veel kleinere onafhankelijke initiatieven die niet gesubsidieerd werden. Daar is de pijn echt vele malen groter geweest.’

OPENING MET BEPERKINGEN

In schril contrast met de lockdowns is het vandaag de dag weer volle bak bij Eye. Drukke groepen scholieren zorgen voor reuring in het museum en stelletjes wandelen netjes volgens de aangegeven looproutes langs de bar naar de bioscoopzalen. ‘Ik was even op vakantie en toen ik hier terugkwam zag ik eindelijk weer eens een rij staan voor de kassa. Dat greep mij wel aan.’ De opluchting is nog steeds van haar gezicht te lezen.

Diezelfde verademing is ook duidelijk te merken bij het personeel dat de bezoekers vrolijk te woord staat. Maar vooralsnog is het een opening met beperkingen: vaste plekken, minimale bezetting, geen garderobe en na de voorstelling mag je niet blijven hangen. ‘Op 20 september komen er waarschijnlijk weer versoepelingen. Maar of het publiek ook echt terugkomt in dezelfde mate als voor de pandemie, dat moeten we nog zien’, vraagt Den Hamer zich hardop af. ‘Maar ik denk het wel hoor. Niet alleen voor het magische effect van het grote doek, maar ook voor de ontmoeting onderling’, zegt ze ter geruststelling van zichzelf. ‘Eye blijft toch een plek waar je graag wilt zijn.’

'EINDELIJK ZAG IK WEER EEN RIJ VOOR DE KASSA STAAN'

CORONA SPELBREKER VOOR BIOSCOPEN EN MUSEA

De bioscopen en musea hadden net een recordjaar achter de rug toen corona roet in het eten gooide. De streamingdiensten spinden er garen bij.

Tussen 1 januari en 14 maart 2020, de dag van de eerste lockdown, werden er in Nederland 738.047 meer bioscoopkaartjes verkocht dan in dezelfde periode in 2019, een recordjaar. Maar in de maanden die volgden verdween die voorsprong. In 2020 gingen er in totaal 16.760.779 mensen naar de bioscoop. Het jaar daarvoor waren dat er 38.033.401. De omzet daalde navenant van 347.602.958 naar 151.600.668 euro, een krimp van maar liefst 56,93 procent. Voor 2020 schat het accountantsbureau PwC dat de omzet voor bioscopen wereldwijd is gedaald met 66 procent.

STREAMINGDIENSTEN

De pandemie heeft de opmars van streamingdiensten in een stroomversnelling gebracht. In 2015 lag de wereldwijde omzet van bioscopen nog drie maal zo hoog als die van Netflix, Amazon Prime Video en Disney+ bij elkaar, maar vorig jaar schoten de streamingdiensten de filmtheaters voorbij. Bij de streamingdiensten wordt een omzetverdubbeling verwacht van 46.4 miljard dollar in 2019 naar 86.6 miljard dollar in 2024, aldus PwC.

VOORTBESTAAN BIOSCOPEN IN GEVAAR

De musea in Nederland hadden in 2019 een recordaantal bezoekers: 32.7 miljoen. Hier bleven er in 2020 naar schatting nog maar 8.7 miljoen van over, blijkt uit cijfers van de brancheorganisatie Museumvereniging. In 2019 werd er zo'n 536 miljoen euro aan eigen inkomsten binnengehaald. Ten opzichte van 2019 daalden de eigen inkomsten in 2020 met ongeveer 300 miljoen euro. Deze daling brengt het voortbestaan van sommige musea in Nederland in gevaar.

Deel deze pagina