ARBEIDSVOORWAARDEN

Onderhandelingen cao Openbare Bibliotheken

'VOL GAS OP WEG NAAR EEN NIEUWE CAO'

Tekst Jan Bos Beeld Martin de Bouter (Archiefbeeld OBA A'dam) en Rene Castelijn

'WE GAAN ERVOOR ZORGEN DAT ALLE MEDEWERKERS MEE KUNNEN BLIJVEN DOEN'

De onderhandelingen over een nieuwe cao voor de bijna zevenduizend medewerkers en 22.000 vrijwilligers van openbare bibliotheken zijn eind augustus begonnen. De sector is volop in beweging en dat heeft ook zijn weerslag op de arbeidsvoorwaarden.

De bibliotheekmedewerkers zitten al sinds 30 juni 2020 zonder cao. Aanvankelijk was het vizier gericht op een gezamenlijke cao met de sector Kunsteducatie. Dat voornemen was vastgelegd in een onderhandelaarsakkoord waarmee de leden in december schoorvoetend akkoord waren gegaan. ‘Bij nader inzien vindt de Vereniging Openbare Bibliotheken, de werkgeversorganisatie, dat samenvoeging niet meer voor de hand ligt’, licht bestuurder Martin Kothman de stand van zaken toe. ‘Ze zijn tot de conclusie gekomen dat de bibliotheken een andere weg zijn ingeslagen, een gezamenlijk arbeidsvoorwaardenpakket met Kunsteducatie is daarmee van de baan.’ Kothman is bepaald niet ongelukkig met deze ontwikkeling. ‘De bibliotheeksector is enorm in beweging. De openbare bibliotheek oriënteert zich op allerlei maatschappelijke terreinen en houdt zich allang niet meer alleen bezig met het uitlenen van boeken. De veranderende vraag van het publiek stelt ook andere eisen aan de medewerkers. Een cao die specifiek is bedoeld voor de openbare bibliotheken biedt de kans om daar optimaal op in te spelen.’

METAMORFOSE

Met de ontwikkeling die de bibliotheken doormaken wordt voldaan aan de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (Wsob) die in 2015 van kracht is geworden. In die wet zijn de taken van openbare bibliotheken tot in detail geregeld. Kaderlid Mischa van Vlaardingen (60), die samen met Kothman namens de FNV over de cao onderhandelt, werkt al ruim twintig jaar bij de openbare bibliotheek van Rotterdam en heeft de metamorfose van het bibliotheekwerk van nabij meegemaakt. ‘Er is de afgelopen jaren veel bezuinigd op sociaal-maatschappelijk werk’, constateert hij, ‘daardoor zijn een aantal van die taken bij de bibliotheek terechtgekomen. We helpen bijvoorbeeld bij de belastingaangifte en we steunen mensen om digitaal vaardig te worden. Die nieuwe taken zijn nu verankerd in wetgeving en in een convenant dat vorig jaar met de verschillende overheden is afgesproken.’ Kothman ziet hierin een belangrijke erkenning van de rol van de bibliotheken in de samenleving. ‘Zo blijft de sector maatschappelijk relevant’, vindt hij. ‘Jammer genoeg blijkt dat nog niet altijd uit de beschikbare budgetten, er hangen nog steeds bezuinigingen in de lucht en reorganisaties zijn aan de orde van de dag.’

NIEUW FUNCTIEGEBOUW

De verbreding van het takenpakket betekent dat van de bibliotheekmedewerker andere vaardigheden en competenties worden gevraagd. ‘De burger kan nu met iedere vraag bij ons terecht’, vat Van Vlaardingen de gedaanteverwisseling van het bibliotheekwerk samen. ‘We zijn laagdrempelig en servicegericht, het draait nu meer om de mensen en minder om de boeken.’ Van Vlaardingen ziet om zich heen dat sommigen van zijn collega’s daarmee worstelen. ‘Er zijn er die kennen bij wijze van spreken ieder boek van binnen en van buiten, maar dat is niet meer genoeg. Het gaat ook om omgevingsbewustzijn en om adequaat met hulpvragen kunnen omgaan, en je moet initiatief durven nemen en activiteiten kunnen organiseren.’ Al in de eerste onderhandelingsronde is uitvoerig gesproken over de invulling van een nieuw functiegebouw dat de huidige praktijk beter weerspiegelt. Een ander belangrijk thema is duurzame inzetbaarheid. ‘We gaan ervoor zorgen dat alle bibliotheekmedewerkers mee kunnen blijven doen’, stelt Van Vlaardingen. ‘Dat betekent dat we concrete afspraken willen maken over scholing en loopbaanmogelijkheden.’

Tekst wordt vervolgd onder de foto

MARTIN KOTHMAN: 'DE SECTOR IS ENORM IN BEWEGING'
'EEN LOONSVERHOGING IN 2022 STAAT PROMINENT OP ONZE AGENDA'

ARBEIDSMARKT

Hoewel een gezamenlijke cao met de sector Kunsteducatie nu van de baan is, blijven de bibliotheken gericht op samenwerking met verwante instellingen. ‘Er zal op lokaal niveau steeds meer worden samengewerkt met cultureel-maatschappelijke instellingen en met het onderwijs’, voorziet eerste onderhandelaar Kothman. ‘Dat kan tot een fusie leiden en dan heeft dat gevolgen voor de arbeidsvoorwaarden, de nieuwe cao moet daarop zijn toegerust.’ Met de huidige krappe arbeidsmarkt zijn aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden van cruciaal belang om nieuwe medewerkers aan te kunnen trekken. Een moderne cao met aandacht voor een nieuw functiewaarderingssysteem, duurzame inzetbaarheid en scholingsmogelijkheden versterkt de positie op de arbeidsmarkt. Uiteraard hoort daar ook een passend salaris bij. ‘De loonsverhogingen uit het onderhandelaarsakkoord zijn gewoon gestand gedaan’, benadrukt Kothman, ‘dat betekent een verhoging van 3% per 1 januari 2020 en van 2% per 1 januari 2021. Over een loonsverhoging in 2022 hebben we nog niet gesproken, maar die staat prominent op onze agenda.’ Nu de kop eraf is, kunnen in de cao-onderhandelingen snel meters worden gemaakt, verwacht zowel Kothman als Van Vlaardingen. ‘De verschillen met de werkgevers zijn niet erg groot’, meent Van Vlaardingen die al acht jaar als kaderlid deel uitmaakt van de onderhandelingsdelegatie. ‘En iedereen is van goede wil om de bedrijfstak aantrekkelijk te houden. Ik durf te gokken dat we al in oktober een principe-akkoord hebben.’ Kothman deelt dat optimisme, maar is wat zuiniger in zijn voorspelling. ‘We zijn vol gas op weg naar een nieuwe cao, ik denk dat er nog dit jaar een principe-akkoord ligt.’

Volg het verloop van de onderhandelingen via de website. Leden uit de sector Openbare Bibliotheken worden per mail op de hoogte gehouden.

'DE VERSCHILLEN MET DE WERKGEVERS ZIJN NIET ERG GROOT'

STELSELTAKEN, CONVENANT EN NETWERKAGENDA

De overheid heeft in de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) de publieke taken van de openbare bibliotheek vastgelegd. Het gaat om de volgende taken. - het ter beschikking stellen van kennis en informatie - het bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie - het bevorderen van lezen - het laten kennismaken met literatuur, kunst en cultuur - het organiseren van ontmoeting en debat.

De Wet is in 2015 ingegaan en begin 2020 geëvalueerd. Dat heeft geleid tot een convenant tussen de bibliotheken en de gemeenten, provincies en de rijksoverheid. Dit convenant benadrukt nog eens de maatschappelijke opgaven waar de openbare bibliotheken voor staan: zij zijn de huiskamer van de wijken. Bibliotheken en overheden willen zich gezamenlijk inzetten voor ‘leesbevordering, digitale inclusie en een leven lang ontwikkelen’. In een netwerkagenda wordt dit voornemen concreet uitgewerkt. De rol van medewerkers en vrijwilligers krijgt hierin volop aandacht. Vergroten van de inzetbaarheid van medewerkers, het streven naar diversiteit in het personeelsbestand en het versterken van de positie van vrijwilligers zijn enkele van de ambities.

Deel deze pagina