VERPLICHT MINIMUMTARIEF

Ruim 60 procent werkenden culturele en creatieve sector is zzp’er

TONEEL EN DANS EERSTE SECTOR MET VERPLICHT MINIMUMTARIEF VOOR ZZP’ERS

HET IS DE EERSTE KEER DAT HET MINISTERIE BEROEPS-AFHANKELIJKE MINIMUMTARIEVEN VOOR ZZP’ERS VOOR EEN HELE SECTOR VERPLICHT STELT

Begin augustus werd de cao Toneel en Dans algemeen verbindend verklaard. Met deze uitspraak gelden de tariefafspraken voor zzp’ers die in deze cao zijn opgenomen voor de gehele sector. Een primeur in Nederland en een historische stap voor zzp'ers in de strijd tegen de structurele onderbetaling van zzp’ers in de kunstensector.

Het is de eerste keer dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beroepsafhankelijke minimumtarieven voor zzp’ers voor een hele sector verplicht stelt.

Deze primeur volgt op het wetsvoorstel van minister Koolmees om landelijke minimumtarieven voor zzp’ers in te voeren. Koolmees trok het voorstel op 15 juni jongstleden echter weer in, omdat er teveel haken en ogen aan zaten en er te weinig draagvlak was. De Kunstenbond was ook tegen het wetsvoorstel, omdat zij het voorgestelde minimumtarief van 16 euro per uur veel te laag vond.

In de brief, waarin de minister zijn intrekking bekendmaakte, schreef hij al: ‘Daarnaast volgt het kabinet met interesse de initiatieven van sociale partners om in collectieve arbeidsovereenkomsten afspraken voor en over zelfstandigen te maken.’ De Kunstenbond geeft daar graag gehoor aan. De nieuwe cao Toneel en Dans doet recht aan de wens van zowel de politiek als het creatieve en culturele veld om maatwerk per sector toe te passen in plaats van een landelijke oplossing na te streven.

WERKEN ZONDER BUFFER OF VANGNET

De Kunstenbond bereikt met de verplichtstelling een belangrijke mijlpaal in haar missie om de structurele onderbetaling van werkenden in de creatieve en culturele sector aan te pakken. Ruim 60 procent van de beroepsbevolking in de culturele- en creatieve sector is zelfstandige en structurele onderbetaling is een groot sectoraal probleem. Die bijl hakt aan twee kanten. Zzp’ers hebben veelal geen buffer of vangnet. Dat zorgt in crisistijd voor een acute val onder de armoedegrens, met alle individuele en maatschappelijke gevolgen van dien. De lage tarieven zorgen daarnaast voor oneerlijke concurrentie onderling en met werknemers in loondienst, met een ‘race to the bottom’ en veel onzekere dienstverbanden tot gevolg.

CONCRETE TARIEFAFSPRAKEN

De cao-afspraken die gemaakt zijn, zijn het resultaat van onderhandelingen tussen de Kunstenbond en de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten (NAPK), vertegenwoordiger van de werkgevers in de sector. De vastgelegde uurtarieven zijn gebaseerd op de lonen voor gelijk werk in loondienst binnen dezelfde cao. Bovenop het uurloon komt een percentage van 40 procent waarmee zzp’ers aanvullende voorzieningen kunnen treffen die in geval loondienst uit werkgeversbijdragen worden gefinancierd.

COLLECTIEF ONDERHANDELEN ZZP'ERS

De Kunstenbond zet zich sinds 2007 in voor collectieve onderhandeling voor zzp’ers, om ongelijkheid op de culturele arbeidsmarkt tegen te gaan. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) blokkeerde voorheen de mogelijkheid tot collectieve afspraken voor zzp’ers vanwege de angst voor kartelvorming. Om dit voor elkaar te krijgen heeft de Kunstenbond een juridische strijd aangebonden met de overheid en ACM (toen nog NMA), tegen het verbod om tariefafspraken voor zelfstandigen te mogen maken.

Daarnaast werden onder meer de SER, de Raad voor Cultuur en de politiek voortdurend gewezen op de nadelige inkomens- en arbeidsmarkteffecten van het kartelverbod voor de overgrote groep werkenden in de culturele en creatieve sector. Sinds vorig jaar laat de ACM de teugels verder vieren. Eerder dit jaar werd in de cao Architecten ook een collectieve afspraak gemaakt over de betaling aan zelfstandigen. Toen ging het echter niet om daadwerkelijke tarieven, maar om de kwalificatie van de arbeidsrelatie (werknemer of zzp’er), die afhankelijk werd gesteld van betaling onder of boven een bepaald tarief.

Deel deze pagina