CAO NEDERLANDSE ORKESTEN

Hoornist Wouter Brouwer: 'Ik had nog wel even willen dooronderhandelen'

WERKGEVERS LEGGEN EINDBOD OP TAFEL

Tekst Jan Bos Beeld Liesbeth Dinnissen

'DEELTIJDERS KRIJGEN GEEN RUIMTE VOOR ANDERE KLUSSEN'

De 1100 musici die vallen onder de cao voor Nederlandse Orkesten zitten al anderhalf jaar zonder cao. Al die tijd is er onderhandeld. Door een eindbod op tafel te leggen maakten de werkgevers een einde aan het moeizame proces. Kaderlid Wouter Brouwer, lid van de onderhandelingsdelegatie, is sceptisch over het eindbod. ‘Het is niet wat het had moeten zijn.’

Nu de coronacrisis eindelijk voorbij is, beleeft Wouter Brouwer (60) als solo hoornist van het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamer Orkest weer drukke dagen. Terwijl hij in de avonden veelvuldig is te beluisteren in de concertzalen, brengt hij overdag vele uren door in vergaderzalen. ‘Ik ben voorzitter van de or, lid van de vakgroep en onderhandel als kaderlid mee over de cao’, vertelt hij. ‘Daar ben ik behoorlijk druk mee.’ Vooral de cao-onderhandelingen legden de afgelopen periode beslag op zijn tijd. ‘Ongeveer eens in de twee weken was er overleg en dat anderhalf jaar lang.’

Nu de werkgevers een eindbod op tafel hebben gelegd is dat proces tot stilstand gekomen. ‘Dat heeft me niet verrast’, stelt hij, ‘maar ik had nog wel even willen dooronderhandelen. Er zitten best mooie dingen in, vooral over duurzame inzetbaarheid, maar als geheel is het aan de magere kant. Het is niet wat het zou moeten zijn.’ Tijdens de onderhandelingen zorgde Brouwer ervoor dat de geluiden van de werkvloer doorklonken aan de onderhandelingstafel. ‘Ik loop al een tijdje mee en weet wat er leeft onder mijn collega’s, als er problemen zijn weten ze me te vinden.’

Bezuinigingsoperatie

Al vanaf zijn zeventiende speelt Brouwer mee in orkesten en op zijn twintigste, in 1982, kwam hij in vaste dienst, eerst bij het Amsterdams Philharmonisch Orkest dat later opging in het Nederlands Philharmonisch Orkest. Met zijn arbeidsvoorwaarden was hij destijds nauwelijks bezig. ‘Als je jong bent, wil je alleen maar carrière maken in de muziek en het waren andere tijden, er was toen veel meer geld voor cultuur.’

Pas in 2014 schrok hij wakker. Oorzaak was de enorme bezuinigingsoperatie van toenmalig staatssecretaris Zijlstra die op de orkesten een enorme impact had. ‘Orkesten kosten nu eenmaal geld, ons salaris is afhankelijk van de middelen die het ministerie ter beschikking stelt. Daar werd in 2014 drastisch het mes in gezet, daarom werd ik lid van de vakgroep, om mijn steentje bij te dragen aan het zo goed mogelijk op peil houden van de arbeidsvoorwaarden.’ Sindsdien is hij tot de dag van vandaag actief gebleven in het vakbondswerk. Over het effect van al zijn inspanningen maakt hij zich weinig illusies. ‘Veel energie is erop gericht om verslechteringen te voorkomen, voor structurele verbeteringen is simpelweg geen ruimte. Als het niveau van de arbeidsvoorwaarden niet achteruit gaat, hebben we het al goed gedaan. Dat is wel een beetje zuur.’

Bottleneck

Het eindbod van werkgevers houdt ook nauwelijks een verbetering in ten opzichte van de vorige cao. De lonen gaan natuurlijk wel omhoog, in totaal met 5 procent. ‘Karig’, oordeelt Brouwer onomwonden. ‘Het dekt nog niet de inflatie terwijl we al jaren een structurele loonachterstand hebben ten opzichte van vergelijkbare beroepen. De eerste jonge getalenteerde musici hebben hun dienstverband zelfs opgezegd omdat ze niet meer rond kunnen komen. Ze hadden een deeltijdcontract, maar hebben nauwelijks ruimte om buiten het werk voor het orkest nog iets bij te verdienen.’

Daarmee raakt de hoornist de meest gevoelige snaar van het eindbod: de planning en inzetbaarheid van de musici. ‘Zo’n 80 procent van de musici werkt in deeltijd’, schat hij in. ‘En de meesten hebben daar niet voor gekozen, er zijn gewoon veel te weinig full time banen beschikbaar. Zij krijgen amper tijd voor andere klussen, de planning is helemaal dichtgetimmerd. De werkgever beschikt in hoge mate over hun uren, zelfs tot twee weken voor aanvang van elke afzonderlijke productie. Op die manier kun je geen andere verplichtingen aangaan en van alleen een deeltijdsalaris kan niet iedereen rondkomen. De werknemer zou veel meer te zeggen moeten krijgen over hoe de vrije uren worden ingevuld. Dat is de grootste bottleneck van dit eindbod.’

Tekst loopt door onder foto.

'ER ZITTEN BEST MOOIE DINGEN IN, VOORAL OVER DUURZAME INZETBAARHEID'

EINDBOD OP HOOFDLIJNEN

Voor een cao die loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022 bieden de werkgevers het volgende: - Per 1 januari 2021 gaan de lonen met terugwerkende kracht met 2 procent omhoog. - Per 1 januari 2022 gaan de lonen met terugwerkende kracht met 3 procent omhoog. - Toeslagen en vergoedingen worden geïndexeerd op basis van consumentenprijsindex. - Onderzocht wordt of de tegemoetkoming voor onderhoud van instrumenten en de reiskostenregeling moeten worden aangepast. - Voor 1 december wordt een afspraak gemaakt over vergoeding voor meerwerk. - Het artikel over duurzame inzetbaarheid en loopbaanontwikkeling wordt gemoderniseerd waarbij regelingen als persoonlijk budget en sociaal fonds in stand blijven. - Om orkestformatie flexibeler te kunnen inzetten worden de paragrafen over planning en inzetbaarheid aangepast waarbij onder andere een artikel over korte termijnplanning wordt toegevoegd.

DE LEDEN HEBBEN HET LAATSTE WOORD OVER HET EINDBOD

Grenzen

Bestuurder en eerste onderhandelaar Martin Kothman is evenmin erg enthousiast over het eindbod van werkgevers. ‘Het is nog niet optimaal, maar het is wat het is: een eindbod’, stelt hij realistisch. ‘De loonsverhoging van in totaal vijf procent strookt met wat er in andere sectoren wordt afgesproken, de toeslagen worden geïndexeerd en de middelen voor loopbaanontwikkeling blijven in stand.’ Tot zover het goede nieuws. Net als Brouwer is de bestuurder het minst tevreden over de uitvoerige paragraaf die de planning en indeling van musici regelt. ‘Werkgevers willen meer flexibiliteit en wendbaarheid om op die manier uit de crisis te kunnen komen. Maar dat stuit natuurlijk op grenzen en de vraag is of ze daar niet overheen gaan. “Dat lossen we samen wel op” is dan het motto, maar in de praktijk trekt de musicus dan aan het kortste eind.’

Open eindjes

Uiteraard hebben de leden het laatste woord over het eindbod. In een uitvoerige brief aan de leden heeft Kothman alle plussen en minnen op een rijtje gezet. ‘Anders dan gebruikelijk aan het eind van een onderhandelingstraject wordt het eindbod niet met een positief advies aan u voorgelegd’, schrijft hij daarin. Bij de voorbereiding van dit magazine was de uitslag van de stemming nog niet bekend. Mocht het oordeel negatief uitvallen, dan staat de onderhandelingsdelegatie voor de uitdaging om weer met de werkgevers in gesprek te gaan ‘om te bezien of er alsnog een beter resultaat bereikt kan worden.’

Ook als de leden met het bod instemmen zijn er nog wat open eindjes in te vullen. De vergoeding voor meerwerk, de reiskosten en de vergoeding voor het onderhoud van instrumenten zijn sowieso nog onderwerp van onderzoek. Ook over de regeling voor vervroegde uittreding zal nog worden doorgepraat. ‘Tot nu toe willen werkgevers daar eigenlijk niet aan’, constateert Kothman, ‘ze schrikken terug voor de kosten.’ Hoornist Brouwer hoopt vurig dat de werkgevers binnenkort van die schrik bekomen. ‘Mijn werk is te vergelijken met topsport’, vindt hij. ‘Op mijn leeftijd heb je meer tijd nodig om te herstellen en voor te bereiden. En je moet mee met de jongeren. Het is echt een zwaar beroep. Ik ben blij dat nu de eerste stappen zijn gezet naar de mogelijkheid van vervroegde uittreding. Zodra het kan, meld ik me aan.’

Druk opvoeren

Werkgevers zitten in een lastige positie, dat realiseert Brouwer zich ten volle. ‘Er zijn al heel veel orkesten wegbezuinigd. Ze zouden zich best wat ruimer willen opstellen, maar ze krijgen gewoon de middelen niet. De subsidie is al jaren hetzelfde, terwijl alles duurder wordt. Talentvolle musici solliciteren liever bij een orkest in het buitenland, daar maak ik me wel zorgen over. Als het zo doorgaat houden we op te bestaan. We zouden met z’n allen de druk richting de overheid moeten opvoeren.’

Kothman is het daar helemaal mee eens, maar tempert tegelijkertijd de verwachtingen. ‘Daar hebben we al initiatieven voor genomen. We hebben al een pamflet opgesteld om voor de orkestensector een deel te claimen van de 170 miljoen die de regering na de coronacrisis voor cultuur ter beschikking heeft gesteld. Maar dat is niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat.’

Klik hier voor de actuele stand van zaken rond de cao Orkesten.

'HET IS ECHT EEN ZWAAR BEROEP'

CAO REMPLAÇANTEN

De cao Remplaçanten is afgeleid van de cao voor Orkesten. De lonen lopen gelijk op met de lonen voor de vaste musici en worden in totaal met 5 procent verhoogd, eveneens met terugwerkende kracht. Voor 1 december 2022 worden afspraken gemaakt over een annuleringsregeling die beter aansluit op de arbeidsmarktpositie van remplaçanten en ‘tijd voor geld’ als uitgangspunt heeft. De pensioenregeling voor remplaçanten moet gelijkwaardig zijn aan die van musici in vaste dienst.

Deel deze pagina